De dag was nog grauw en grijs toen Pepijn op de fiets sprong naar zijn nieuwe werk. Sinds die klote langstudeerboete had hij alles aangegrepen om ook nog eens zijn sigarettenverslaving plus bierconsumptie te kunnen sponsoren. Zijn pa had inmiddels de handdoek in de ring gegooid. 'In mijn tijd hadden we geen 6 jaar nodig om dezelfde levenslessen te leren' had hij geschreven in de opmerking bij de allerlaatste ouderlijke overschrijving, nu 2 maanden geleden. Kon hij makkelijk zeggen, mijmerde Pepijn, als je met je snikkel in de champagne luierend uitkijkt over de zee van Dubai.
Hoe dan ook, zonder hulp van zijn ouders moest hij het zelf maar zien te rooien.
Terwijl hij zijn fiets op slot deed voor het verlaten ogende pakhuis begreep hij in welk milieu hij terecht was gekomen. Alles voor het geld, dacht hij kijkend om zich heen, lopend door de voor de ingang verzamelde meute van hippies, crea's en Duitsers. De kunstacademie. Na talloze inhoudsloze baantjes als chauffeur, vakkenvuller en callcenter-medewerker was het de beurt aan iets nieuws, iets spannends, en niet onbelangrijk, goedbetaalde opdracht als naaktmodel. Over één ding hoefde Pepijn zich geen zorgen te maken; een onverwachte boner tijdens het posseerwerk met dit soort mensen die naar zijn tampeloeris zouden staren. Wat zat hij ernaast. 18 giechelende, keuvelende sexy dames wachtten hem op in het lokaal voor de 'sessie'.
Pepijn kon zich totaal niet herinneren waar hij het over had gehad met de dames toen hij zich nestelde op het krukje. De docente had hem verteld om rond te lopen in een badjas voor aanvang om zo de druk er af te halen. Maar het bleek verdomd lastig om een gesprek aan te knopen terwijl je zo naakt als de dag van je geboorte moet kletsen met een zeer appetijtelijke dame op 40 centimeter afstand over koetjes en kalfjes. Op de sociëteit ging dat toch een stuk makkelijker. De omgekeerde parallel werd hem maar al te duidelijk.
Hoorde hij nou echt gegiechel toen de badjas afviel? Zittend op het krukje wist Pepijn niet waar hij moest kijken. De precaire balans om zijn penis in de juiste lengte te houden viel hem zwaar. Een steigerende Thrustmaster was niet de bedoeling, maar een aangespoeld garnaaltje liever ook niet. Na 10 minuten intensief focussen op een ruimte had hij genoeg bekeken om er op af te studeren. Het angstzweet brak hem uit. De manier waarop de studentes hem aandachtig bekeken terwijl ze zijn maten en afmetingen opnamen trok hij slecht. De temperatuur ging aardig omhoog in het hok, hetgeen niet onaardig was om zijn Lightsabre op inactief te houden, maar toen een van de dames een ventilator aanzette om haar verf sneller te laten drogen krimpte Pepijn ineen. Een normaliter niet onaangenaam briesje maakte zich meester van de zenuwen in de lager gelegen regionen. Met stijgende schrik wist Pepijn waar dit zou eindigen.
Fuck it, dacht hij terwijl hij naar beneden keek. Pepijn, maar fijn.
Posts tonen met het label studeren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label studeren. Alle posts tonen
vrijdag 12 oktober 2012
maandag 30 augustus 2010
'Daar gaat ze...'
Daar gaat ze
Een zoveel schoonheid heb ik nooit verdiend
Daar staat ze
Een zoveel gratie heb ik nooit gezien
Als er een nummer geschikt is om te omschrijven hoe studeren in de Universiteitsbieb er aan toe gaat, dan is het dit nummer wel van Clouseau. Sowieso is dit nummer een regelrechte ode aan het vrouwelijke ras, waarvoor mijn hulde. Kan het zelf niet beter omschrijven. Maar hier in de bieb gaat het om het meervoud, waar Koen Wauters het over een enkele dame heeft (die waarschijnlijk kei- en kei- hard zijn hart heeft gebroken, anders schrijf je niet zo'n goed nummer, maargoed.).
In een vlaag van bewustwording in de ochtend pak ik weleens mijn tas in, om een dagje in de bieb te gaan studeren. Helaas duurt deze openbaring niet al te lang, want zodra mijn fiets voor het gebouw op slot is gezet is de eerste alweer gespot. Met zoveel schoonheid. En bedankt, mompel ik dan, als ik me bedenk dat ik dit wel had kunnen weten. Misschien was de trigger om te gaan studeren niet zozeer voortgekomen uit de matige resultaten van vorig kwartiel, maar meer uit een onderbewust, typisch mannelijke eigenschap. Anyway, nog overtuigd van de Divine Intervention door Odin zelf, begeef ik me naar een vrij plekje tussen de Macbook users, die over het algemeen superfanatiek zijn, waardoor ik niet door ze gestoord zal worden in mijn studiewerkzaamheden. Ik kon er niet meer naast zitten. Nog voordat ik de bijbel van het financieel management open kan slaan, zit er schuin tegenover me weer een. Ook met een Mac, en een kekke designer bril. Zoveel gratie. Ze kijkt me aan, en je ziet haar denken; 'Loop naar de maan'. Sorry dat ik naar je keek hoor, je bent echt gruwelijk lelijk. Maar die gedachte kan gelukkig niet woordelijk geformuleerd worden. Want ik zou liegen.
Na 8 pagina's geef ik het op. Elke keer beweegt er iets in mijn gezichtsveld waardoor ik wel MOET opkijken (typisch mannelijke eigenschap, kan er niets aan doen). Zoveel moois, ik kan er niet meer tegen. Natuurlijk kan de lezer hier zeggen, 'stap er gewoon op af, laffe zak'. Maarja, ik weet dat ze niet lang bij me blijft, dat ze met anderen haar tijd liever verdrijft. Dus ik ben en blijf inderdaad een laffe zak. Die niet eens aan zijn studie toekomt. Het is misschien te makkelijk om die 4,3 toe te schrijven aan het vrouwelijk geslacht. Maar toch.
En zelfs de hoeders van de kerk
Kijken minzaam op haar schoonheid neer
De bisschop zegt: "Dit is God's werk"
Buigt z'n grijze hoofd en dankt de Heer
Nog eens een keer, "Dank U, Meneer"
Clouseau – Daar gaat ze
Een zoveel schoonheid heb ik nooit verdiend
Daar staat ze
Een zoveel gratie heb ik nooit gezien
Als er een nummer geschikt is om te omschrijven hoe studeren in de Universiteitsbieb er aan toe gaat, dan is het dit nummer wel van Clouseau. Sowieso is dit nummer een regelrechte ode aan het vrouwelijke ras, waarvoor mijn hulde. Kan het zelf niet beter omschrijven. Maar hier in de bieb gaat het om het meervoud, waar Koen Wauters het over een enkele dame heeft (die waarschijnlijk kei- en kei- hard zijn hart heeft gebroken, anders schrijf je niet zo'n goed nummer, maargoed.).
In een vlaag van bewustwording in de ochtend pak ik weleens mijn tas in, om een dagje in de bieb te gaan studeren. Helaas duurt deze openbaring niet al te lang, want zodra mijn fiets voor het gebouw op slot is gezet is de eerste alweer gespot. Met zoveel schoonheid. En bedankt, mompel ik dan, als ik me bedenk dat ik dit wel had kunnen weten. Misschien was de trigger om te gaan studeren niet zozeer voortgekomen uit de matige resultaten van vorig kwartiel, maar meer uit een onderbewust, typisch mannelijke eigenschap. Anyway, nog overtuigd van de Divine Intervention door Odin zelf, begeef ik me naar een vrij plekje tussen de Macbook users, die over het algemeen superfanatiek zijn, waardoor ik niet door ze gestoord zal worden in mijn studiewerkzaamheden. Ik kon er niet meer naast zitten. Nog voordat ik de bijbel van het financieel management open kan slaan, zit er schuin tegenover me weer een. Ook met een Mac, en een kekke designer bril. Zoveel gratie. Ze kijkt me aan, en je ziet haar denken; 'Loop naar de maan'. Sorry dat ik naar je keek hoor, je bent echt gruwelijk lelijk. Maar die gedachte kan gelukkig niet woordelijk geformuleerd worden. Want ik zou liegen.
Na 8 pagina's geef ik het op. Elke keer beweegt er iets in mijn gezichtsveld waardoor ik wel MOET opkijken (typisch mannelijke eigenschap, kan er niets aan doen). Zoveel moois, ik kan er niet meer tegen. Natuurlijk kan de lezer hier zeggen, 'stap er gewoon op af, laffe zak'. Maarja, ik weet dat ze niet lang bij me blijft, dat ze met anderen haar tijd liever verdrijft. Dus ik ben en blijf inderdaad een laffe zak. Die niet eens aan zijn studie toekomt. Het is misschien te makkelijk om die 4,3 toe te schrijven aan het vrouwelijk geslacht. Maar toch.
En zelfs de hoeders van de kerk
Kijken minzaam op haar schoonheid neer
De bisschop zegt: "Dit is God's werk"
Buigt z'n grijze hoofd en dankt de Heer
Nog eens een keer, "Dank U, Meneer"
Clouseau – Daar gaat ze
De introductie voorbij...
Aaaah, de introductie voorbij...
Op het moment van schrijven zijn de nulde-jaars omgetoverd tot eerste-jaars. De snelheid waarmee de onschuldige, onwetende, haast naïeve, lieve jongens en meisjes de afgelopen weken nieuwe indrukken hebben opgedaan is van de gezichten af te lezen. Net hamstertjes die voor het eerst de nieuwe kooi te zien krijgen, waar ze de komende 4 jaar mogen verblijven. Want ja, die collegezaal is een stuk groter dan de ruimte waar ze Engels, Wiskunde en Maatschappijleer voorheen kregen. En het tempo ligt ook een stuk hoger. Waar is het gemoedelijke kringetje gebleven om je weekend met je klasgenoten door te nemen? En waarom snap ik er nu al niets van? Dat vertelden ze niet tijdens de intro, dit vertelden die Audentianen niet over wat studeren inhoudt! It's all fun and games, dat studeren, hadden ze lachend verteld, voordat ze je met hun gehaaide guerrilla-tactieken lieten inschrijven, terwijl je net keihard was ingemaakt bij de Bier Estafette, en nog nooit zo bezopen was. Daar was de plaatselijke keet niets bij. Maar je kreeg wel een mooie stropdas van ze. Ze hadden net zo goed handboeien om kunnen doen.
Daar is je wake-up call, op de eerste maandag van je nieuwe leven. Dit stond ook niet in die gelikte foldertjes, met die grappige kronkeltjes en balletjes dwars door de tekst heen. Als eerstejaars ben je compleet aan jezelf overgelaten. 'Zoek het maar uit'. Dat moeten ze printen in die foldertjes van de UT. De vrijheid die je dacht te hebben zodra je ging studeren lijkt een utopie. Absolute vrijheid bestaat niet, zelfs niet in je studententijd. Het juk van het ouderlijk huis is vervangen door de vele (al dan niet vrijblijvende) borrels, de slopende colleges, de zware tentamens en de vele, vele andere verplichtingen die bij studeren komen kijken. Maar het went, en je zal het met de tijd compleet gaan waarderen, trust me. Er is ook veel meer buiten de Universiteit als onderwijsinstituut te doen, maar daar moet jezelf maar achter komen.
Want nu lach ik erom, om die eerste-jaars. Waarschijnlijk zat ik er ook zo bij, 2 jaar terug. Of nee, ik viel in slaap tijdens Finance en Accounting, die eerste maandagochtend kwart voor 9 (!). Ik heb de zogeheten cruciale introductie colleges niet meegekregen. De studieadviseur heb ik nog niet ontmoet, en mijn collegekaart heeft nog steeds geen foto. Mijn lidmaatschap van Audentis was na een week al opgezegd, en de excuses aan mensen die ik heb beledigt tijdens de intro waren gemaakt. Maar dat geeft allemaal niet. Zolang je maar net genoeg punten haalt, een onderzoekende houding aanneemt, en geniet van alle aspecten van het studeren, dan haal je die Master zonder al teveel moeite. Want daarvoor zit je toch eigenlijk op de universiteit.
Al is dat snel vergeten, in die chaos die introductie heet.
Op het moment van schrijven zijn de nulde-jaars omgetoverd tot eerste-jaars. De snelheid waarmee de onschuldige, onwetende, haast naïeve, lieve jongens en meisjes de afgelopen weken nieuwe indrukken hebben opgedaan is van de gezichten af te lezen. Net hamstertjes die voor het eerst de nieuwe kooi te zien krijgen, waar ze de komende 4 jaar mogen verblijven. Want ja, die collegezaal is een stuk groter dan de ruimte waar ze Engels, Wiskunde en Maatschappijleer voorheen kregen. En het tempo ligt ook een stuk hoger. Waar is het gemoedelijke kringetje gebleven om je weekend met je klasgenoten door te nemen? En waarom snap ik er nu al niets van? Dat vertelden ze niet tijdens de intro, dit vertelden die Audentianen niet over wat studeren inhoudt! It's all fun and games, dat studeren, hadden ze lachend verteld, voordat ze je met hun gehaaide guerrilla-tactieken lieten inschrijven, terwijl je net keihard was ingemaakt bij de Bier Estafette, en nog nooit zo bezopen was. Daar was de plaatselijke keet niets bij. Maar je kreeg wel een mooie stropdas van ze. Ze hadden net zo goed handboeien om kunnen doen.
Daar is je wake-up call, op de eerste maandag van je nieuwe leven. Dit stond ook niet in die gelikte foldertjes, met die grappige kronkeltjes en balletjes dwars door de tekst heen. Als eerstejaars ben je compleet aan jezelf overgelaten. 'Zoek het maar uit'. Dat moeten ze printen in die foldertjes van de UT. De vrijheid die je dacht te hebben zodra je ging studeren lijkt een utopie. Absolute vrijheid bestaat niet, zelfs niet in je studententijd. Het juk van het ouderlijk huis is vervangen door de vele (al dan niet vrijblijvende) borrels, de slopende colleges, de zware tentamens en de vele, vele andere verplichtingen die bij studeren komen kijken. Maar het went, en je zal het met de tijd compleet gaan waarderen, trust me. Er is ook veel meer buiten de Universiteit als onderwijsinstituut te doen, maar daar moet jezelf maar achter komen.
Want nu lach ik erom, om die eerste-jaars. Waarschijnlijk zat ik er ook zo bij, 2 jaar terug. Of nee, ik viel in slaap tijdens Finance en Accounting, die eerste maandagochtend kwart voor 9 (!). Ik heb de zogeheten cruciale introductie colleges niet meegekregen. De studieadviseur heb ik nog niet ontmoet, en mijn collegekaart heeft nog steeds geen foto. Mijn lidmaatschap van Audentis was na een week al opgezegd, en de excuses aan mensen die ik heb beledigt tijdens de intro waren gemaakt. Maar dat geeft allemaal niet. Zolang je maar net genoeg punten haalt, een onderzoekende houding aanneemt, en geniet van alle aspecten van het studeren, dan haal je die Master zonder al teveel moeite. Want daarvoor zit je toch eigenlijk op de universiteit.
Al is dat snel vergeten, in die chaos die introductie heet.
Labels:
1stejaars,
introductie,
studeren,
Twente,
universiteit
dinsdag 25 mei 2010
Waarom je je studententijd moet koesteren...
Dinsdagmiddag, lunchpauze bij een nietszeggend Marketingbedrijf in een nietszeggend lelijk betonnen gebouw in een nietszeggende stad.
'Zucht.. dit schiet ook voor geen meter op!', denkt Wim als hij in een rij met zijn iets te dikke, verveelde collega's staat te wachten op de verlepte soep van de dag. Stukje bij beetje schuifelt de polonaise langs gekoelde vitrines met fruit dat net iets te oud is, melk die doet denken aan die gore schoolmelk van vroeger en de gesneden boterhammetjes waarbij zelfs Aldi-broden voedzamer lijken. Met een vinger maakt Wim zijn stropdas wat losser. Zelfs aan airconditioning is niet gedacht in dit trieste gebouw. Voor hem staat een man die nodig een nieuwe blouse kan gebruiken. Natte plekken worden zienderogend groter onder zijn oksels. Vergezelt door een penetrante geur schuifelt het gezelschap centimeter voor centimeter dichter bij de verlepte caissière die klaarblijkelijk de zin van het leven 30 jaar geleden heeft opgegeven.
Het is maar goed dat er een bordje bij de grote soep-van-de-dag-pan staat. Zonder aanwijzing kan niemand vertellen dat dit papje (waar menig heks trots op zou zijn) erwtensoep moet voorstellen, en dus pakt Wim snel een klef wit broodje met een 3 uur oude kroket. Bij de kassa legt hij ook nog snel een pakje sinaasappelsap bij zijn bord. Niet omdat hij gezond wil doen, maar omdat het broodje met normaal kauwen niet weg te krijgen is.
Eenmaal uit de rij propt Wim het broodje kroket in zijn mond, kauwen is toch nutteloos, en spoelt het weg met een paar flinke slokken sinaasappelsap. Als hij door de schuifdeuren naar buiten loopt voor een sigaret, ziet hij niemand staan. Maar beter ook. Wim houdt niet zo van mensen. Dat was vroeger wel anders, in zijn studententijd. Met de sigaret op zijn lip, neemt hij zijn eerste hijs en kijkt een beetje schuin naar boven. Zijn gedachten dwalen weemoedig af naar betere tijden.
Naar de vier jaren vol vrouwen, bier, vermaak, en zonder enige vorm van autoriteit. Naar de tijd die hij doorbracht met zijn studievrienden. Tijd die hij toen gewoon nog had. Waar het niet uitmaakte dat je een uurtje college verzaakte omdat je bed, net zoals die knappe eerstejaars naast je, nog zo lekker warm was. Zou hij nu eens moeten proberen. Zowel je baas als je vrouw boos.
Dan schiet het pijnlijke feit Wim door zijn hoofd. Hij moet nog 32 jaar, eer je een fractie van het plezier van je studententijd over mag doen in je pensioen. Hij draait zich om, en verdwijnt door de schuifdeuren van het betonnen monster.
'Zucht.. dit schiet ook voor geen meter op!', denkt Wim als hij in een rij met zijn iets te dikke, verveelde collega's staat te wachten op de verlepte soep van de dag. Stukje bij beetje schuifelt de polonaise langs gekoelde vitrines met fruit dat net iets te oud is, melk die doet denken aan die gore schoolmelk van vroeger en de gesneden boterhammetjes waarbij zelfs Aldi-broden voedzamer lijken. Met een vinger maakt Wim zijn stropdas wat losser. Zelfs aan airconditioning is niet gedacht in dit trieste gebouw. Voor hem staat een man die nodig een nieuwe blouse kan gebruiken. Natte plekken worden zienderogend groter onder zijn oksels. Vergezelt door een penetrante geur schuifelt het gezelschap centimeter voor centimeter dichter bij de verlepte caissière die klaarblijkelijk de zin van het leven 30 jaar geleden heeft opgegeven.
Het is maar goed dat er een bordje bij de grote soep-van-de-dag-pan staat. Zonder aanwijzing kan niemand vertellen dat dit papje (waar menig heks trots op zou zijn) erwtensoep moet voorstellen, en dus pakt Wim snel een klef wit broodje met een 3 uur oude kroket. Bij de kassa legt hij ook nog snel een pakje sinaasappelsap bij zijn bord. Niet omdat hij gezond wil doen, maar omdat het broodje met normaal kauwen niet weg te krijgen is.
Eenmaal uit de rij propt Wim het broodje kroket in zijn mond, kauwen is toch nutteloos, en spoelt het weg met een paar flinke slokken sinaasappelsap. Als hij door de schuifdeuren naar buiten loopt voor een sigaret, ziet hij niemand staan. Maar beter ook. Wim houdt niet zo van mensen. Dat was vroeger wel anders, in zijn studententijd. Met de sigaret op zijn lip, neemt hij zijn eerste hijs en kijkt een beetje schuin naar boven. Zijn gedachten dwalen weemoedig af naar betere tijden.
Naar de vier jaren vol vrouwen, bier, vermaak, en zonder enige vorm van autoriteit. Naar de tijd die hij doorbracht met zijn studievrienden. Tijd die hij toen gewoon nog had. Waar het niet uitmaakte dat je een uurtje college verzaakte omdat je bed, net zoals die knappe eerstejaars naast je, nog zo lekker warm was. Zou hij nu eens moeten proberen. Zowel je baas als je vrouw boos.
Dan schiet het pijnlijke feit Wim door zijn hoofd. Hij moet nog 32 jaar, eer je een fractie van het plezier van je studententijd over mag doen in je pensioen. Hij draait zich om, en verdwijnt door de schuifdeuren van het betonnen monster.
Hoe een student zich liggend staande houdt...
Maandagochtend, half 9.
Met een slaperig hoofd smijt ik mijn fiets in de stalling voor de Spiegel en zet hem op slot. Voor de ingang heeft zich weer een menigte van onze vriendelijke oosterburen verzameld. Met een paar 'entschuldigungs' lukt het me om de ingang te bereiken.
'Wil je een flesje water?' 'Of een pen?' klinkt het uit de mond van een knappe eerstejaars studente als ik door de schuifdeuren loop. Ik draai me om en neem met een glimlach het flesje water in ontvangst. Toch lekker als je niet met een droge bek en een opkomende kater college moet volgen. Zoals altijd was er gister weer een slecht excuus verzonnen om je helemaal vol te laten lopen op het zoveelste nietszeggende huisfeest. Maar zolang de dames er wild, jong, lekker en gewillig zijn, heb je reden genoeg om elke keer te blijven komen.
Of ik me wil inschrijven voor een of andere workshop vervolgt ze. Ik schrik wakker uit mijn dagdroom. 'Wat heb ik daar aan?' vraag ik. 'Staat ontzettend goed op je CV, en je hebt er wat aan in de loop van je carrière' is haar antwoord. Ik kijk haar een beetje moeilijk aan en loop verder. 'Toch bedankt voor het water!' roep ik als ik naar de collegezaal loop.
'Hee jij! Woensdag feest in de Aspen, je bent er toch wel bij?' zegt een vaag bekend figuur in een groene polo als hij een flyer in mijn hand drukt. 'Natuurlijk, zonder mij geen feest' zeg ik met een glimlach als ik zie dat het zoveelste 'pimp en hoeren' feest schreeuwend word gepromoot op de flyer. Ik stop hem in mijn tas bij de rest van de gratis pennen, flesjes water, pepermuntjes en de UT-nieuws van 2 weken geleden, als ik denk aan de liters bier en veels te schaars geklede bar-dansende dames die eerder regel dan uitzondering zijn op zulke feesten.
Tot mijn verbazing is de deur van de collegezaal nog steeds op slot. Ook zijn er in geen velden of wegen jaargenoten te zien. Volgens Blackboard is de docent ziek. 'Lekker dan, hadden ze ook wel even eerder kunnen melden, het is verdomme toch niet het HBO' denk ik, als ik naar de Stresskamer loop om een bakje koffie te halen. Maar nee, niet vandaag. Het apparaat is kapot. En om nou 1,80 te betalen voor een kopje 'koffie' bij de dames van de kantine, waarvan hun leeftijd evenredig loopt met hun humeur, daar bedank ik vriendelijk voor.
Ik merk dat mijn gemoedstoestand met de minuut achteruitgaat, totdat ik me iets bedenk.
Annabel! Ze kon gister niet van me afblijven. Zwarte gaten in mijn geheugen worden langzamerhand ingevuld met herinneringen van de avond ervoor. 18 jaar, uit een of ander kutdorp in Brabant, maar met een heerlijk figuur.
Ik haal mijn fiets van het slot, fiets in tegengestelde richting van de stroom 1stejaars naar mijn studentenhuis, loop door de voordeur, trap op, kamer in, gooi mijn tas in de hoek, en kruip lekker mijn bed in.
Een slaperige zacht zwoele stem, met een licht Brabants accent beveelt me mijn kleren uit te doen.
Studeren, de tijd van je leven? Zeker weten!
Met een slaperig hoofd smijt ik mijn fiets in de stalling voor de Spiegel en zet hem op slot. Voor de ingang heeft zich weer een menigte van onze vriendelijke oosterburen verzameld. Met een paar 'entschuldigungs' lukt het me om de ingang te bereiken.
'Wil je een flesje water?' 'Of een pen?' klinkt het uit de mond van een knappe eerstejaars studente als ik door de schuifdeuren loop. Ik draai me om en neem met een glimlach het flesje water in ontvangst. Toch lekker als je niet met een droge bek en een opkomende kater college moet volgen. Zoals altijd was er gister weer een slecht excuus verzonnen om je helemaal vol te laten lopen op het zoveelste nietszeggende huisfeest. Maar zolang de dames er wild, jong, lekker en gewillig zijn, heb je reden genoeg om elke keer te blijven komen.
Of ik me wil inschrijven voor een of andere workshop vervolgt ze. Ik schrik wakker uit mijn dagdroom. 'Wat heb ik daar aan?' vraag ik. 'Staat ontzettend goed op je CV, en je hebt er wat aan in de loop van je carrière' is haar antwoord. Ik kijk haar een beetje moeilijk aan en loop verder. 'Toch bedankt voor het water!' roep ik als ik naar de collegezaal loop.
'Hee jij! Woensdag feest in de Aspen, je bent er toch wel bij?' zegt een vaag bekend figuur in een groene polo als hij een flyer in mijn hand drukt. 'Natuurlijk, zonder mij geen feest' zeg ik met een glimlach als ik zie dat het zoveelste 'pimp en hoeren' feest schreeuwend word gepromoot op de flyer. Ik stop hem in mijn tas bij de rest van de gratis pennen, flesjes water, pepermuntjes en de UT-nieuws van 2 weken geleden, als ik denk aan de liters bier en veels te schaars geklede bar-dansende dames die eerder regel dan uitzondering zijn op zulke feesten.
Tot mijn verbazing is de deur van de collegezaal nog steeds op slot. Ook zijn er in geen velden of wegen jaargenoten te zien. Volgens Blackboard is de docent ziek. 'Lekker dan, hadden ze ook wel even eerder kunnen melden, het is verdomme toch niet het HBO' denk ik, als ik naar de Stresskamer loop om een bakje koffie te halen. Maar nee, niet vandaag. Het apparaat is kapot. En om nou 1,80 te betalen voor een kopje 'koffie' bij de dames van de kantine, waarvan hun leeftijd evenredig loopt met hun humeur, daar bedank ik vriendelijk voor.
Ik merk dat mijn gemoedstoestand met de minuut achteruitgaat, totdat ik me iets bedenk.
Annabel! Ze kon gister niet van me afblijven. Zwarte gaten in mijn geheugen worden langzamerhand ingevuld met herinneringen van de avond ervoor. 18 jaar, uit een of ander kutdorp in Brabant, maar met een heerlijk figuur.
Ik haal mijn fiets van het slot, fiets in tegengestelde richting van de stroom 1stejaars naar mijn studentenhuis, loop door de voordeur, trap op, kamer in, gooi mijn tas in de hoek, en kruip lekker mijn bed in.
Een slaperige zacht zwoele stem, met een licht Brabants accent beveelt me mijn kleren uit te doen.
Studeren, de tijd van je leven? Zeker weten!
Abonneren op:
Posts (Atom)