zaterdag 13 november 2010

[Review] Paul Gilbert in Atak!

His little left finger could crush a baby's skull.

Deze uitspraak over master-shredder Paul Gibson zou zomaar eens kunnen kloppen. De gitaarvirtuoos wordt in een adem genoemd met grootheden als Steve Vai en Yngwie J. Malmsteen . Zijn techniek en snelheid worden geroemd, en is voor vele het ultieme voorbeeld, te zien aan de ontelbare hits op Youtube. Een gegeven dat in deze tijd goed is voor een onsterfelijke status.

Gelukkig komt de 'baby-killer' ook langs in Enschede, samen met Zoetermeer de enige 2 steden die de eer hebben om het gitaargeweld te mogen aanschouwen. Ondanks dat de show niet uitverkocht was, zat de zaal goed vol met een gemengd publiek. Veelal mannelijk, maar een sterke variatie in de leeftijd. Racer X, waar hij gitarist van is, was in de jaren 80 een erg succesvolle band, maar ook zijn solo albums van de laatste jaren mochten op flink wat populariteit rekenen.

Met een no-nonsense attitude kwam Paul Gilbert en zijn band het podium op, om meteen de show goed af te trappen. Geen 'it's good to be here', maar gewoon doen waar je goed in bent. Iets wat zeer gewaardeerd werd door het publiek, en uw razende reporter. De balans tussen oud werk, en nummers van zijn recente CD's was alleraardigst, al was het contrast soms iets te scherp. Natuurlijk bleef het qua technisch gitaarwerk goed bij elkaar, de zang was op momenten ernstig te noemen. Noem het persoonlijke voorkeur, maar de boyband achtige vocals en dito tekst pasten niet bij de heerlijke solo's, en de gehele indruk van de avond. Gelukkig bleef het bij 2 nummers, waarbij het publiek ook duidelijk minder enthousiast was. Dit werd ruimschoots goedgemaakt door de rest van de set. De heerlijke klassieker 'Technical Difficulties' knalde er ontzettend hard in, met een publiek dat glimlachte van oor tot oor. De bezoekers waren niet al te uitbundig, maar dat krijg je als je wordt weggeblazen door de knotsgekke riffs.

Ook erg sterk van Gilbert waren de 'battle's' met zijn mede gitarist, die elkaar tot steeds grotere hoogte probeerden te spelen. Zijn 'Padawan' kwam goed mee, maar als je naast de grootmeester staat heb je ontzettend grote schoenen om te vullen. Desondanks was zijn gitaarwerk van een erg hoog niveau, afgewisseld met redelijk standaard slaggitaarwerk. Ook het bespelen van de gitaar met de tanden is absurd, maar klonk verrassend goed. Of het goed is voor je gebit is een ander verhaal, maar dat kon ze niet deren. Het was overduidelijk dat Paul Gilbert ontzettend veel plezier beleeft aan het bespelen van zijn instrument. 'Best job in the world' volgens hem. En gelijk heeft 'ie.

Op de drum- en baspartij was weinig aan te merken. Voornamelijk bedoeld als basis voor het gitaarwerk van Gilbert, zat het goed in elkaar. Heerlijk ondersteunend, maar zeker niet ondergeschoven door de rest. Het complementeerde elkaar erg goed.

Resumerend was het een hele sterke set, waarbij het gitaarwerk van Gilbert de boventoon voerde. En daar kom je uiteindelijk voor, om de meester aan het werk te zien. Want dat is het, een icoon, een held, een gitaargod.

En er is gelukkig geen schade berokkend aan baby's tijdens de show.

woensdag 27 oktober 2010

Studeren, Haat en Liefde hand in hand...

‘Beeehbeh, Beeeeeejhbeeh, Oeeeeh’

Het is nog pik donker als om 07:30 de wekker aanspringt, en de commerciële rotzooi van 3FM vanuit de ether de koude slaapkamer in wordt gepompt. Dat uitgerekend Justin ‘ik-heb-nog-geen-fuck-meegemaakt-in-mijn-leven-maar-toch-zing-ik-erover’ Bieber te horen is, moet haast wel een slecht omen voor de rest van de dag zijn. Met een dreun op de snooze knop van de radio, en een virtuele ram richting Bieber, dommel ik weer weg. Al is me die oase van luiheid niet gegund, want als een hert in koplampen schiet ik overeind. Tentamens!

Met een boterham in mij mond en ongekamd haar stap ik de gevreesde No. 9 in. De vrees is ongegrond want de bontkraagjes hebben herfstvakantie. Dus geen overvolle bus met klote tuig richting het MBO in Hengelo. Natuurlijk is niet iedereen op het MBO een rotkind zonder manieren, maar diegene die bus No. 9 gebruiken wel. Period. Die koters zijn erger dan de stickerkiddo’s bij de Appie die de rechterhelft van FC Twente nog zoeken. Maar vandaag zijn ze er dus niet, en er is zowaar een plek om te zitten.
Een beetje zenuwachtig voor de komende uren, kijk ik door de beslagen ramen van de bus naar buiten. Hordes mensen in auto’s, wachtend voor stoplichten, op weg naar een nieuwe dag uitbuiting en onderdrukking (i.e. werk). Geen enkel vrolijk gezicht zit ertussen. Waarschijnlijk ook Bieber gehoord toen ze op stonden.

Ik deel een soortgelijk lot, als we straks zo dadelijk met honderden soortgenoten een stinkende gymzaal in worden gehoedert, om nietszeggende weetjes te reproduceren op papier. Een kunstje te flikken. Want daar komt het op neer, zeker bij dit te tentamineren vak, waarbij de docent zelf het bijbehorende boek heeft geschreven. Als je zijn visie op zijn manier in zijn toegestane hoeveelheid woorden weet te formuleren, dan ben je ‘geslaagd’. Wat dat dan ook moge betekenen.
Ik stond dus ook na 30 minuten al weer buiten. Met een nagenoeg leeg tentamenblaadje bij de ‘toezichthouder’. Als eerste. Helaas krijg je daar geen Credits voor. Tentamens om 08:45 zijn ook gewoon niet mijn ding. Ik heb liever multiple choice. En de zaal stinkt. En iedereen was aan het hoesten. En de koffie kwam niet snel genoeg langs. Eigenlijk had ik gewoon beter moeten leren..

Met een driftige kop sta ik te wachten op de bus naar huis, als ik via mijn telefoon op de blog van 2 studievrienden kijk. Die zitten met hun snikkel in de champagne op de stranden van Chili. Chili is nagenoeg 1 groot strand, te zien aan de vele foto’s die de heren maken tijdens hun ‘studiereis’. De vergelijking van de strakblauwe lucht op de foto’s met de grauwe grijze wereld die Nederland heet is confronterend.

Maar eerlijk is eerlijk, ik ben gewoon jaloers. Jaloers op het feit dat mensen wel wat van hun studie maken opdat ze in Chili, of een ander tropisch land, kunnen studeren. Het ligt niet aan Justin Bieber, het tentamen, de gymzaal, het vroeg opstaan of de bus. Studeren is hard werken, zowel hier, als overzee. Studeren is niet altijd even leuk, maar juist door een zeur-column zoals deze krijgt de positieve kant van studeren extra glans.

Freek en Stefan, bedankt! Ik blijf de reisverhalen en foto’s volgen, keep them coming, zodat ik mezelf door de aankomende winter en tentamens heen kan slepen met een glimlach. =]

dinsdag 5 oktober 2010

Over verspilling en onlogisch gedrag...

Laat de titel je niet misleiden. Dit wordt een luchtig stukje. Maar evengoed (hopelijk) een eye-opener. Of je er wat mee kan, is weer een ander verhaal. Anyway, let us begin.

Het begon allemaal met een onschuldige trip naar de supermarkt. Er moest immers bier gehaald worden (student, je weet). Omdat de Plus de dichtstbijzijnde supermarkt in de omgeving was, besloten we deze grossier te gebruiken als leverancier van het eindproduct (mijn excuses, dit stukje heeft een bedrijfskundige insteek qua bashen betreft, je bent bij deze gewaarschuwd). Zodoende, fiets op slot, roltrap af, hekje door, gelijk naar het biervak. Drie six-packs Bavaria (don't hate me know, 2,49 voor 6 heerlijke biertjes (student, je weet)) later, op weg naar de kassa. 4e in de rij, kassa erbij kennen ze helaas niet, mocht de pret niet drukken. Eenmaal aangekomen bij de lieftallige kassière (die er nog maar een week werkt, ik kan het weten, had haar min of meer belachelijk gemaakt omdat ze het knopje van subtotaal niet kon vinden op haar eerste werkdag, ik ben slecht, ik weet, ik weet) vroeg ze, na alles prima ingescand te hebben, of ik het bonnetje wilde die ze in haar hand naar me aanreikte. Euuuh, nee.. je hebt een schermpje waarop ik de prijs kan nachecken die je scant, en optellen van 3 getallen lukt me nog net wel. Dus nee, ik hoef je fucking bon niet. 'Oke, fijne dag nog' zegt ze met een monotone en haast verveelde stem, terwijl ze het bonnetje verfrommelde en in het bakje naast haar arbo-verantwoorde stoel smeet. Die al vol ligt met meerdere verfrommelde lotgenoten. 'Waarom vraag je niet eerst of ik een bon wil, voordat je die bon uit print?' vroeg ik haar, eerlijk en oprecht. 'Dat ding wordt sowieso uitgeprint, maar als ik hem niet wil, dan is het toch een beetje zonde van het papier, niet?' Ik zei het er maar bij om mijn vraagstelling te verantwoorden. De enige reactie was een blik in haar ogen die ik herkende van mijn eigen supermarkt tijd (wie kent het niet). Een verveelde blik. Teveel uren werken, en te weinig pauze om een sigaretje fatsoenlijk op te roken staarde mij door 2 ogen aan. Verder geen reactie. Ik nam het haar niet kwalijk, ze was ook niet de persoon om tegen te rellen.

Met het heerlijkste bier ooit (sorry) onder mijn arm liep ik peinzend richting de uitgang. Vanuit verschillende standpunten vond ik het totaal niet kloppen. Op mijn linkerschouder zat mijn groene ik, die het doodzonde van het papier vond, en de bomen die daarvoor gekapt waren. Mijn rechterschouder was voor mijn bedrijfskundige ik, die het verspilling van kapitaal vond. Als (hypothetisch gezien) 7 van de 10 klanten geen bon willen, dan heb je toch 7x een bonnetje voor niets uitgeprint? Dat is toch puur en alleen complete verspilling? HE-LE-MAAL nergens voegt het onnodig uitprinten van bonnetjes ergens aan toe. Aan niets niet. Niet aan je omzet en niet aan een beter milieu. Het lost de honger in de wereld niet op, je zet er geen man mee op Mars, Aspen Valley blijft er kut om. Kortom, compleet nutteloos. Maar je betaald er wel voor, als supermarkt, maar indirect ook als klant. 100.000 rollen voor bonnetjes zijn toch niet gratis? Overtuigd dat ik nieuwe stof had voor een column die toch niemand leest liep ik de roltrap op. Naast me stond een winkelwagen met 4(!) vuilniszakken vol uitgeprinte bonnetjes die niemand wilde hebben.

Het kost alleen maar geld. Geld dat wordt weggesmeten. En het milieu wordt er niet beter van. Klaar, simpel, helder. Iemand die een goede reden voor deze verspilling kan bedenken, alsjeblieft, laat het me weten.

De wereld is raar.

donderdag 30 september 2010

Vrijheid blijheid of geforceerd vermaak?

Al sinds mijn vroege jeugd ben ik bekend met de binnenstad van Enschede. Het uitgaan, de alcohol en de dames hebben me flink wat jaren beziggehouden. Tot voor kort. De tijden van het hersenloos doorgaan tot de zon opkomt in de stad heb ik achter me gelaten. Ik heb mijn rug er naar toe gekeerd. Een openbaring was de oorzaak. Om in het hierna volgende betoog mijn punt duidelijk te maken, heb ik gekozen voor misschien wel de bekendste uitgaansplek in Enschede, Aspen Valley. Vat het niet verkeerd op, wat er zo meteen beschreven wordt, slaat op 9 van de 10 uitgaansgelegenheden , en niet alleen op Aspen Valley.

Te beginnen met een introductie van de tent der verdoemenis.

Aspen kent zijn hoogtij dagen op de donderdag en zaterdag. Studententent door de week, waar het weekend voor het jongere uitgaanspubliek is. Brallers, brassers, feuten, eindbazen, 15-jarige BrE3ZaHs en Justin Bieber fucktards. Op zaterdag staat er ook simpel tuig tegen de bar. Op woensdag is de tent trouwens gereserveerd voor het HBO en de UT, met vage themafeesten. Waar niemand bij komt opdagen.
De aankleding binnen is verzorgd door een Beierse timmerman met één hand zonder adequate opleiding. Aprés Ski-stijl heet dat. Er wordt gesuggereerd dat er Grolsch uit de tap stroomt, maar het vage, pisgele goedje blijft onderwerp van discussie. Het artificiële laagje ‘schuim’ lijkt regelrecht uit de spoelkeuken te komen. Die hebben ze trouwens niet eens, een keuken, het bittergarnituur komt van de snackbar om de hoek.

Dan de muziek, of eigenlijk het gebrek daaraan. Ik ben geen muziekkenner, maar 30-seconden samples van nummers horen eerder thuis in de I-tunes store dan in een club. Snap ze ook wel hoor, als je langer dan een halve minuut een artiest draait moet je rechten betalen. En dat gaat ten koste van de bottom-line. Ook de diversiteit van de genres die voorbij komt zal je verbazen. Mix alle Hitzones 1 t/m78 samen met alle Thunderdome albums en je krijgt een idee van de mengelmoes. Volgens het personeel willen ze zich niet conformeren aan een bepaalde muziekstijl per avond. Nee, Nirvana back-to-back met de gebroeders Ko staat lekker op je flyers.
Goed, ook al is de muziek zware bagger, het is dansbaar. Zou je denken. Niet in Aspen. De Beierse timmerman schijnt het leuk te hebben gevonden om op elk meest onlogische plekje een trappetje te bouwen. Of vage doorgangen, met rare hekjes en kniehoge opstapjes. Geen wonder dat er een paar jaar geleden iemand (weliswaar met zijn dronken kop) van de trap gedonderd is en zijn nek brak. Hoe dan ook, dansen is in deze Wipe-out constructie uitgesloten. De trechter naar de draaibar zorgt ervoor dat je constant ass-to-cock staat. Bij iemand van het vrouwelijk geslacht zou ik daar geen problemen mee hebben, maar de ratio m/v is 9/1. You do the math. Mocht je toevallig de goede 30 seconden van je favoriete liedje horen, hou je dan toch een beetje in. Voor de uitsmijters lijkt dansen verdacht veel op vechten in de drukte, en sta je zo buiten.

Ik kan deze bash eigenlijk nog wel een paar pagina’s doorzetten, maar mijn punt is hopelijk duidelijk. Vandaar mijn vraag aan de mensheid: ‘Waar in (voeg hier de naam van je favoriete god toe)- naam zijn we mee bezig?!’ Hoe kan het toch dat we in een zo geroemde ‘vrije maatschappij’ we ons vrijwillig als beesten in de meest verrotte stinkende hokken die we ‘clubs’ noemen begeven? Alles onder het motte ‘lekker uitgaan, heerlijk ontspannen, Woohoe weekend’. Vraag jezelf dan eens af, als je op zondagmiddag wakker wordt, al dan niet met een kater, en/of met een lelijke dame naast je, terwijl je er meer geld erdoorheen gejaagd heb dan nodig was; Is er niets leukers/nuttiger/goedkoper/educatiever te vinden om te doen met onze toch al zeldzame vrije tijd?

We zijn niet ‘vrij’ zolang we elke woens-/donder-/vrij-/zaterdag in tenten staan zoals Aspen en teveel geld betalen voor een zo iets simpel goedje als bier.

Slaven van horecabazen zijn we. Niet meer niet minder.

maandag 30 augustus 2010

'Daar gaat ze...'

Daar gaat ze
Een zoveel schoonheid heb ik nooit verdiend
Daar staat ze
Een zoveel gratie heb ik nooit gezien



Als er een nummer geschikt is om te omschrijven hoe studeren in de Universiteitsbieb er aan toe gaat, dan is het dit nummer wel van Clouseau. Sowieso is dit nummer een regelrechte ode aan het vrouwelijke ras, waarvoor mijn hulde. Kan het zelf niet beter omschrijven. Maar hier in de bieb gaat het om het meervoud, waar Koen Wauters het over een enkele dame heeft (die waarschijnlijk kei- en kei- hard zijn hart heeft gebroken, anders schrijf je niet zo'n goed nummer, maargoed.).

In een vlaag van bewustwording in de ochtend pak ik weleens mijn tas in, om een dagje in de bieb te gaan studeren. Helaas duurt deze openbaring niet al te lang, want zodra mijn fiets voor het gebouw op slot is gezet is de eerste alweer gespot. Met zoveel schoonheid. En bedankt, mompel ik dan, als ik me bedenk dat ik dit wel had kunnen weten. Misschien was de trigger om te gaan studeren niet zozeer voortgekomen uit de matige resultaten van vorig kwartiel, maar meer uit een onderbewust, typisch mannelijke eigenschap. Anyway, nog overtuigd van de Divine Intervention door Odin zelf, begeef ik me naar een vrij plekje tussen de Macbook users, die over het algemeen superfanatiek zijn, waardoor ik niet door ze gestoord zal worden in mijn studiewerkzaamheden. Ik kon er niet meer naast zitten. Nog voordat ik de bijbel van het financieel management open kan slaan, zit er schuin tegenover me weer een. Ook met een Mac, en een kekke designer bril. Zoveel gratie. Ze kijkt me aan, en je ziet haar denken; 'Loop naar de maan'. Sorry dat ik naar je keek hoor, je bent echt gruwelijk lelijk. Maar die gedachte kan gelukkig niet woordelijk geformuleerd worden. Want ik zou liegen.

Na 8 pagina's geef ik het op. Elke keer beweegt er iets in mijn gezichtsveld waardoor ik wel MOET opkijken (typisch mannelijke eigenschap, kan er niets aan doen). Zoveel moois, ik kan er niet meer tegen. Natuurlijk kan de lezer hier zeggen, 'stap er gewoon op af, laffe zak'. Maarja, ik weet dat ze niet lang bij me blijft, dat ze met anderen haar tijd liever verdrijft. Dus ik ben en blijf inderdaad een laffe zak. Die niet eens aan zijn studie toekomt. Het is misschien te makkelijk om die 4,3 toe te schrijven aan het vrouwelijk geslacht. Maar toch.

En zelfs de hoeders van de kerk
Kijken minzaam op haar schoonheid neer
De bisschop zegt: "Dit is God's werk"
Buigt z'n grijze hoofd en dankt de Heer
Nog eens een keer, "Dank U, Meneer"


Clouseau – Daar gaat ze

De introductie voorbij...

Aaaah, de introductie voorbij...

Op het moment van schrijven zijn de nulde-jaars omgetoverd tot eerste-jaars. De snelheid waarmee de onschuldige, onwetende, haast naïeve, lieve jongens en meisjes de afgelopen weken nieuwe indrukken hebben opgedaan is van de gezichten af te lezen. Net hamstertjes die voor het eerst de nieuwe kooi te zien krijgen, waar ze de komende 4 jaar mogen verblijven. Want ja, die collegezaal is een stuk groter dan de ruimte waar ze Engels, Wiskunde en Maatschappijleer voorheen kregen. En het tempo ligt ook een stuk hoger. Waar is het gemoedelijke kringetje gebleven om je weekend met je klasgenoten door te nemen? En waarom snap ik er nu al niets van? Dat vertelden ze niet tijdens de intro, dit vertelden die Audentianen niet over wat studeren inhoudt! It's all fun and games, dat studeren, hadden ze lachend verteld, voordat ze je met hun gehaaide guerrilla-tactieken lieten inschrijven, terwijl je net keihard was ingemaakt bij de Bier Estafette, en nog nooit zo bezopen was. Daar was de plaatselijke keet niets bij. Maar je kreeg wel een mooie stropdas van ze. Ze hadden net zo goed handboeien om kunnen doen.

Daar is je wake-up call, op de eerste maandag van je nieuwe leven. Dit stond ook niet in die gelikte foldertjes, met die grappige kronkeltjes en balletjes dwars door de tekst heen. Als eerstejaars ben je compleet aan jezelf overgelaten. 'Zoek het maar uit'. Dat moeten ze printen in die foldertjes van de UT. De vrijheid die je dacht te hebben zodra je ging studeren lijkt een utopie. Absolute vrijheid bestaat niet, zelfs niet in je studententijd. Het juk van het ouderlijk huis is vervangen door de vele (al dan niet vrijblijvende) borrels, de slopende colleges, de zware tentamens en de vele, vele andere verplichtingen die bij studeren komen kijken. Maar het went, en je zal het met de tijd compleet gaan waarderen, trust me. Er is ook veel meer buiten de Universiteit als onderwijsinstituut te doen, maar daar moet jezelf maar achter komen.

Want nu lach ik erom, om die eerste-jaars. Waarschijnlijk zat ik er ook zo bij, 2 jaar terug. Of nee, ik viel in slaap tijdens Finance en Accounting, die eerste maandagochtend kwart voor 9 (!). Ik heb de zogeheten cruciale introductie colleges niet meegekregen. De studieadviseur heb ik nog niet ontmoet, en mijn collegekaart heeft nog steeds geen foto. Mijn lidmaatschap van Audentis was na een week al opgezegd, en de excuses aan mensen die ik heb beledigt tijdens de intro waren gemaakt. Maar dat geeft allemaal niet. Zolang je maar net genoeg punten haalt, een onderzoekende houding aanneemt, en geniet van alle aspecten van het studeren, dan haal je die Master zonder al teveel moeite. Want daarvoor zit je toch eigenlijk op de universiteit.

Al is dat snel vergeten, in die chaos die introductie heet.

vrijdag 6 augustus 2010

'De Zomer Voorbij'

Enschede is leeg en verlaten als ik dit schrijf. De laatste trein met studenten is net vertrokken. De stad is weer van de originele inwoners. Langzaam en behoedzaam komen ze naar buiten, eerst een paar, dan meer en meer. De witte tuinstoelen worden voor de huizen geplaatst, en her en der hoor je het karakteristieke plop-geluid van de beugels. 'Tis weer kal'm an', zouden ze hier zeggen. Ze hebben gelijk.

Het afgelopen jaar bracht weer de anarchistische chaos die studenten altijd met zich mee brengen.
En dan heb ik het niet over de HBO studenten die op het Saxion studeren. Die zij braaf. Die wonen nog thuis. De Universiteit is de instelling waar de gemeente niet met en zonder kan. De horeca in de binnenstad floreert. Het aanzien van de stad tegenover het Westen groeit. Investeerders komen, en blijven. Dat daarbij een extra politiemacht bij de Muur ingezet moet worden, dat de continue aanvoer van bier naar de binnenstad het nut van de poortjes aan het begin van de stad teniet doen, en dat de pompende apres-ski muziek de voorstellingen in het MuziekKwartier overstemt hoort er gewoon bij.

Het begin van een nieuw collegejaar lijkt dan ook op een omgekeerde invasie van pakweg 60 jaar geleden. Nu vanuit het Westen. Nietsvermoedende burgers worden opgeschrikt door grote groepen brallende jongeren. Allemaal in matchende polo's. Fietsen worden gejat, moeders houden hun dochters binnen. Maar na de eerste weken is de schrik weer weg. Want het zijn lieve mensen, die studenten. Doen niemand kwaad, en zorgen dat de tap blijft lopen, en daarmee de inkomsten voor Enschede.

Gelukkig is de UT een stad op zichzelf, zodat de binnenstad niet compleet onder de voet gelopen wordt. Menig festival is gehouden op het terrein, maar ook de Batavierenrace of Green Vibrations vinden hier jaarlijks plaats. Beidde zijn ten zeerste aan te raden trouwens, de dingen die ik daar gezien heb... Laat ik het zo zeggen: als je moeder zou weten wat daar gebeurde, dan dacht ze wel 2x na voordat ze je inschrijving goedkeurde. Maar dat is juist de kracht van de stad, en van studeren in het algemeen. Je leert jezelf kennen, je doet dingen die je normaal nooit zou doen. Natuurlijk ga je daar wel eens me op je bek, maar daar kom je zoveel sterker uit. Je leert niet alleen zaken in de collegezaal en uit de boeken, maar evenzoveel daarbuiten. Ook al krijg je daar geen studiepunten voor, het heeft net zoveel waarde. Het is een studie apart.

En daarom is Enschede een echte studentenstad. En niet een studentenstad omdat het moet, zoals Groningen, omdat er daar in de wijde omgeving geen zak te doen is, maar omdat Enschede echt veel te bieden heeft. Ik zou hier in geuren en kleuren mijn persoonlijke ervaringen willen delen, maar dat doe ik niet. Juist omdat Enschede op ieder een andere invloed heeft, mogen jullie, de toekomstige inwoners van deze stad, voor jezelf uitmaken hoe Enschede een invulling kan geven aan de komende jaren die hier zullen worden doorgebracht. Mijn tip: probeer alles, sta open, geniet. Enschede zal je niet teleurstellen, zolang je er maar werk van maakt. En misschien dat we elkaar tegenkomen, in een van de vele kroegen, dan drinken we wat. Welnu, mijn vliegtuig wacht, op naar Ibiza, tot over 2 maanden!