donderdag 30 september 2010

Vrijheid blijheid of geforceerd vermaak?

Al sinds mijn vroege jeugd ben ik bekend met de binnenstad van Enschede. Het uitgaan, de alcohol en de dames hebben me flink wat jaren beziggehouden. Tot voor kort. De tijden van het hersenloos doorgaan tot de zon opkomt in de stad heb ik achter me gelaten. Ik heb mijn rug er naar toe gekeerd. Een openbaring was de oorzaak. Om in het hierna volgende betoog mijn punt duidelijk te maken, heb ik gekozen voor misschien wel de bekendste uitgaansplek in Enschede, Aspen Valley. Vat het niet verkeerd op, wat er zo meteen beschreven wordt, slaat op 9 van de 10 uitgaansgelegenheden , en niet alleen op Aspen Valley.

Te beginnen met een introductie van de tent der verdoemenis.

Aspen kent zijn hoogtij dagen op de donderdag en zaterdag. Studententent door de week, waar het weekend voor het jongere uitgaanspubliek is. Brallers, brassers, feuten, eindbazen, 15-jarige BrE3ZaHs en Justin Bieber fucktards. Op zaterdag staat er ook simpel tuig tegen de bar. Op woensdag is de tent trouwens gereserveerd voor het HBO en de UT, met vage themafeesten. Waar niemand bij komt opdagen.
De aankleding binnen is verzorgd door een Beierse timmerman met één hand zonder adequate opleiding. Aprés Ski-stijl heet dat. Er wordt gesuggereerd dat er Grolsch uit de tap stroomt, maar het vage, pisgele goedje blijft onderwerp van discussie. Het artificiële laagje ‘schuim’ lijkt regelrecht uit de spoelkeuken te komen. Die hebben ze trouwens niet eens, een keuken, het bittergarnituur komt van de snackbar om de hoek.

Dan de muziek, of eigenlijk het gebrek daaraan. Ik ben geen muziekkenner, maar 30-seconden samples van nummers horen eerder thuis in de I-tunes store dan in een club. Snap ze ook wel hoor, als je langer dan een halve minuut een artiest draait moet je rechten betalen. En dat gaat ten koste van de bottom-line. Ook de diversiteit van de genres die voorbij komt zal je verbazen. Mix alle Hitzones 1 t/m78 samen met alle Thunderdome albums en je krijgt een idee van de mengelmoes. Volgens het personeel willen ze zich niet conformeren aan een bepaalde muziekstijl per avond. Nee, Nirvana back-to-back met de gebroeders Ko staat lekker op je flyers.
Goed, ook al is de muziek zware bagger, het is dansbaar. Zou je denken. Niet in Aspen. De Beierse timmerman schijnt het leuk te hebben gevonden om op elk meest onlogische plekje een trappetje te bouwen. Of vage doorgangen, met rare hekjes en kniehoge opstapjes. Geen wonder dat er een paar jaar geleden iemand (weliswaar met zijn dronken kop) van de trap gedonderd is en zijn nek brak. Hoe dan ook, dansen is in deze Wipe-out constructie uitgesloten. De trechter naar de draaibar zorgt ervoor dat je constant ass-to-cock staat. Bij iemand van het vrouwelijk geslacht zou ik daar geen problemen mee hebben, maar de ratio m/v is 9/1. You do the math. Mocht je toevallig de goede 30 seconden van je favoriete liedje horen, hou je dan toch een beetje in. Voor de uitsmijters lijkt dansen verdacht veel op vechten in de drukte, en sta je zo buiten.

Ik kan deze bash eigenlijk nog wel een paar pagina’s doorzetten, maar mijn punt is hopelijk duidelijk. Vandaar mijn vraag aan de mensheid: ‘Waar in (voeg hier de naam van je favoriete god toe)- naam zijn we mee bezig?!’ Hoe kan het toch dat we in een zo geroemde ‘vrije maatschappij’ we ons vrijwillig als beesten in de meest verrotte stinkende hokken die we ‘clubs’ noemen begeven? Alles onder het motte ‘lekker uitgaan, heerlijk ontspannen, Woohoe weekend’. Vraag jezelf dan eens af, als je op zondagmiddag wakker wordt, al dan niet met een kater, en/of met een lelijke dame naast je, terwijl je er meer geld erdoorheen gejaagd heb dan nodig was; Is er niets leukers/nuttiger/goedkoper/educatiever te vinden om te doen met onze toch al zeldzame vrije tijd?

We zijn niet ‘vrij’ zolang we elke woens-/donder-/vrij-/zaterdag in tenten staan zoals Aspen en teveel geld betalen voor een zo iets simpel goedje als bier.

Slaven van horecabazen zijn we. Niet meer niet minder.

maandag 30 augustus 2010

'Daar gaat ze...'

Daar gaat ze
Een zoveel schoonheid heb ik nooit verdiend
Daar staat ze
Een zoveel gratie heb ik nooit gezien



Als er een nummer geschikt is om te omschrijven hoe studeren in de Universiteitsbieb er aan toe gaat, dan is het dit nummer wel van Clouseau. Sowieso is dit nummer een regelrechte ode aan het vrouwelijke ras, waarvoor mijn hulde. Kan het zelf niet beter omschrijven. Maar hier in de bieb gaat het om het meervoud, waar Koen Wauters het over een enkele dame heeft (die waarschijnlijk kei- en kei- hard zijn hart heeft gebroken, anders schrijf je niet zo'n goed nummer, maargoed.).

In een vlaag van bewustwording in de ochtend pak ik weleens mijn tas in, om een dagje in de bieb te gaan studeren. Helaas duurt deze openbaring niet al te lang, want zodra mijn fiets voor het gebouw op slot is gezet is de eerste alweer gespot. Met zoveel schoonheid. En bedankt, mompel ik dan, als ik me bedenk dat ik dit wel had kunnen weten. Misschien was de trigger om te gaan studeren niet zozeer voortgekomen uit de matige resultaten van vorig kwartiel, maar meer uit een onderbewust, typisch mannelijke eigenschap. Anyway, nog overtuigd van de Divine Intervention door Odin zelf, begeef ik me naar een vrij plekje tussen de Macbook users, die over het algemeen superfanatiek zijn, waardoor ik niet door ze gestoord zal worden in mijn studiewerkzaamheden. Ik kon er niet meer naast zitten. Nog voordat ik de bijbel van het financieel management open kan slaan, zit er schuin tegenover me weer een. Ook met een Mac, en een kekke designer bril. Zoveel gratie. Ze kijkt me aan, en je ziet haar denken; 'Loop naar de maan'. Sorry dat ik naar je keek hoor, je bent echt gruwelijk lelijk. Maar die gedachte kan gelukkig niet woordelijk geformuleerd worden. Want ik zou liegen.

Na 8 pagina's geef ik het op. Elke keer beweegt er iets in mijn gezichtsveld waardoor ik wel MOET opkijken (typisch mannelijke eigenschap, kan er niets aan doen). Zoveel moois, ik kan er niet meer tegen. Natuurlijk kan de lezer hier zeggen, 'stap er gewoon op af, laffe zak'. Maarja, ik weet dat ze niet lang bij me blijft, dat ze met anderen haar tijd liever verdrijft. Dus ik ben en blijf inderdaad een laffe zak. Die niet eens aan zijn studie toekomt. Het is misschien te makkelijk om die 4,3 toe te schrijven aan het vrouwelijk geslacht. Maar toch.

En zelfs de hoeders van de kerk
Kijken minzaam op haar schoonheid neer
De bisschop zegt: "Dit is God's werk"
Buigt z'n grijze hoofd en dankt de Heer
Nog eens een keer, "Dank U, Meneer"


Clouseau – Daar gaat ze

De introductie voorbij...

Aaaah, de introductie voorbij...

Op het moment van schrijven zijn de nulde-jaars omgetoverd tot eerste-jaars. De snelheid waarmee de onschuldige, onwetende, haast naïeve, lieve jongens en meisjes de afgelopen weken nieuwe indrukken hebben opgedaan is van de gezichten af te lezen. Net hamstertjes die voor het eerst de nieuwe kooi te zien krijgen, waar ze de komende 4 jaar mogen verblijven. Want ja, die collegezaal is een stuk groter dan de ruimte waar ze Engels, Wiskunde en Maatschappijleer voorheen kregen. En het tempo ligt ook een stuk hoger. Waar is het gemoedelijke kringetje gebleven om je weekend met je klasgenoten door te nemen? En waarom snap ik er nu al niets van? Dat vertelden ze niet tijdens de intro, dit vertelden die Audentianen niet over wat studeren inhoudt! It's all fun and games, dat studeren, hadden ze lachend verteld, voordat ze je met hun gehaaide guerrilla-tactieken lieten inschrijven, terwijl je net keihard was ingemaakt bij de Bier Estafette, en nog nooit zo bezopen was. Daar was de plaatselijke keet niets bij. Maar je kreeg wel een mooie stropdas van ze. Ze hadden net zo goed handboeien om kunnen doen.

Daar is je wake-up call, op de eerste maandag van je nieuwe leven. Dit stond ook niet in die gelikte foldertjes, met die grappige kronkeltjes en balletjes dwars door de tekst heen. Als eerstejaars ben je compleet aan jezelf overgelaten. 'Zoek het maar uit'. Dat moeten ze printen in die foldertjes van de UT. De vrijheid die je dacht te hebben zodra je ging studeren lijkt een utopie. Absolute vrijheid bestaat niet, zelfs niet in je studententijd. Het juk van het ouderlijk huis is vervangen door de vele (al dan niet vrijblijvende) borrels, de slopende colleges, de zware tentamens en de vele, vele andere verplichtingen die bij studeren komen kijken. Maar het went, en je zal het met de tijd compleet gaan waarderen, trust me. Er is ook veel meer buiten de Universiteit als onderwijsinstituut te doen, maar daar moet jezelf maar achter komen.

Want nu lach ik erom, om die eerste-jaars. Waarschijnlijk zat ik er ook zo bij, 2 jaar terug. Of nee, ik viel in slaap tijdens Finance en Accounting, die eerste maandagochtend kwart voor 9 (!). Ik heb de zogeheten cruciale introductie colleges niet meegekregen. De studieadviseur heb ik nog niet ontmoet, en mijn collegekaart heeft nog steeds geen foto. Mijn lidmaatschap van Audentis was na een week al opgezegd, en de excuses aan mensen die ik heb beledigt tijdens de intro waren gemaakt. Maar dat geeft allemaal niet. Zolang je maar net genoeg punten haalt, een onderzoekende houding aanneemt, en geniet van alle aspecten van het studeren, dan haal je die Master zonder al teveel moeite. Want daarvoor zit je toch eigenlijk op de universiteit.

Al is dat snel vergeten, in die chaos die introductie heet.

vrijdag 6 augustus 2010

'De Zomer Voorbij'

Enschede is leeg en verlaten als ik dit schrijf. De laatste trein met studenten is net vertrokken. De stad is weer van de originele inwoners. Langzaam en behoedzaam komen ze naar buiten, eerst een paar, dan meer en meer. De witte tuinstoelen worden voor de huizen geplaatst, en her en der hoor je het karakteristieke plop-geluid van de beugels. 'Tis weer kal'm an', zouden ze hier zeggen. Ze hebben gelijk.

Het afgelopen jaar bracht weer de anarchistische chaos die studenten altijd met zich mee brengen.
En dan heb ik het niet over de HBO studenten die op het Saxion studeren. Die zij braaf. Die wonen nog thuis. De Universiteit is de instelling waar de gemeente niet met en zonder kan. De horeca in de binnenstad floreert. Het aanzien van de stad tegenover het Westen groeit. Investeerders komen, en blijven. Dat daarbij een extra politiemacht bij de Muur ingezet moet worden, dat de continue aanvoer van bier naar de binnenstad het nut van de poortjes aan het begin van de stad teniet doen, en dat de pompende apres-ski muziek de voorstellingen in het MuziekKwartier overstemt hoort er gewoon bij.

Het begin van een nieuw collegejaar lijkt dan ook op een omgekeerde invasie van pakweg 60 jaar geleden. Nu vanuit het Westen. Nietsvermoedende burgers worden opgeschrikt door grote groepen brallende jongeren. Allemaal in matchende polo's. Fietsen worden gejat, moeders houden hun dochters binnen. Maar na de eerste weken is de schrik weer weg. Want het zijn lieve mensen, die studenten. Doen niemand kwaad, en zorgen dat de tap blijft lopen, en daarmee de inkomsten voor Enschede.

Gelukkig is de UT een stad op zichzelf, zodat de binnenstad niet compleet onder de voet gelopen wordt. Menig festival is gehouden op het terrein, maar ook de Batavierenrace of Green Vibrations vinden hier jaarlijks plaats. Beidde zijn ten zeerste aan te raden trouwens, de dingen die ik daar gezien heb... Laat ik het zo zeggen: als je moeder zou weten wat daar gebeurde, dan dacht ze wel 2x na voordat ze je inschrijving goedkeurde. Maar dat is juist de kracht van de stad, en van studeren in het algemeen. Je leert jezelf kennen, je doet dingen die je normaal nooit zou doen. Natuurlijk ga je daar wel eens me op je bek, maar daar kom je zoveel sterker uit. Je leert niet alleen zaken in de collegezaal en uit de boeken, maar evenzoveel daarbuiten. Ook al krijg je daar geen studiepunten voor, het heeft net zoveel waarde. Het is een studie apart.

En daarom is Enschede een echte studentenstad. En niet een studentenstad omdat het moet, zoals Groningen, omdat er daar in de wijde omgeving geen zak te doen is, maar omdat Enschede echt veel te bieden heeft. Ik zou hier in geuren en kleuren mijn persoonlijke ervaringen willen delen, maar dat doe ik niet. Juist omdat Enschede op ieder een andere invloed heeft, mogen jullie, de toekomstige inwoners van deze stad, voor jezelf uitmaken hoe Enschede een invulling kan geven aan de komende jaren die hier zullen worden doorgebracht. Mijn tip: probeer alles, sta open, geniet. Enschede zal je niet teleurstellen, zolang je er maar werk van maakt. En misschien dat we elkaar tegenkomen, in een van de vele kroegen, dan drinken we wat. Welnu, mijn vliegtuig wacht, op naar Ibiza, tot over 2 maanden!

dinsdag 29 juni 2010

'Zara' Een verhaal uit de oude doos, van toen ik nog een snotneus was.

Net 15 was ik toen, totaal geen verstand van dames. Nooit aandacht gekregen, en altijd gezien als aanhangsel van mijn beste vriend, destijds de populairste jongen van de school. Zo ook op een vrijdagmiddag, school was net uit. Die avond was er een hockey feest en er werd van ons verwacht dat we de alcohol zouden regelen. Ik had een iets te grote mond, want om me te bewijzen had ik mezelf naar voren geschoven als iemand die dat wel even zou regelen. Stom. De campagnes van ‘alcohol onder de 16, nog even niet’, waren net gelanceerd, en supermarkten en slijterijen waren als de Gestapo zo goed om het beleid uit te voeren. Zo ook die vrijdag. Mijn maat en ik stapten de Jumbo binnen. Nooit eerder hadden we opgemerkt hoeveel alcohol er in de schappen stond. We liepen meestal door naar het vak met de Roze Koeken en de Cola. Hoe dan ook, 2 flessen Pasoa, en 20 blikken Hertog Jan later, strompelden we met de buit naar de kassa. We kozen een caissière uit die nog meer pukkels had dan ik destijds, iets wat bijna niet kon, maar toch. Met een kleine trilling in zijn hand, gaf mijn kornuit 30 gulden aan de dame. Deze pakte het met een verveelde blik aan, sloeg wat knopjes aan, en legde het geld in de kassa. We schreeuwden van binnen van blijdschap, toen we de boodschapjes inpakte.
Opeens stond ze daar. Ik stopte met inpakken terwijl ik een fles Pasoa vasthad. De mooiste meid die ik destijds ooit had gezien. Haar lange bruine krullen vielen sierlijk over de rug van haar Jumbo-outfit. Ik schatte haar op een jaar of 16. Op haar naambordje stond: ‘Zara’. Ik was compleet verliefd, maar wist me te vermannen. Met al mijn moed sprak ik haar aan, met een geoefend zinnetje, die al 1000den keren door mijn hoofd was gegaan; ‘Is het hier heet, of ligt het aan jou?’. Het klonk zoveel beter in mijn hoofd. Tot mijn stomme verbazing moest ze lachen, en we raakten aan de praat.
Met een volle tas liepen ik en mijn partner in crime richting de uitgang. Met een triomfantelijk gezicht riep ik ‘Het is gelukt! Het is gelukt!’. Dat had ik beter niet kunnen doen. 2 grote sterke handen pakten ons bij de schouders. ‘Komen jullie maar hier, mannetjes. Ik had meteen door dat jullie nog geen 16 waren’. Het was de supermarktmanager. Een kale dikke man met een bezweet voorhoofd. Ik draaide me om, en keek hem recht aan. Ik hield een papiertje voor zijn ogen met daarop een 06-nummer. ‘Dit is gelukt, fatso. Het telefoonnummer van die dame daar’. Ik wees naar Zara, en knipoogde naar haar. We draaiden ons resoluut om, en renden naar buiten.

Eenmaal buiten zou mijn leven nooit meer hetzelfde zijn.

[Review Show] 36 Crazyfists, Unearth & Atreyu

De langverwachte dag is dan eindelijk aangebroken. Ik heb het niet over de 1/8ste finale die Nederland vandaag moet spelen, maar over de show van Unearth, Atreyu en 36 Crazyfists. Wederom grote, goede namen in het oosten des lands. Ik weet niet wie deze shows regelt, maar hulde aan hem of haar voor wederom een top line-up.

Met een klik sprong het slot van mijn fiets open. Ik zet af met mijn voet, en een zwoel zomerbriesje waait langs mijn gezicht, terwijl ik zachtjes trappend me richting Atak begeef. Nog elke dag ben ik dankbaar dat ik zo dicht bij de stad, en dus Atak, woon. Na nog geen 300 meter zet ik mijn geliefde fiets vast aan het hek, en waan me door de menigte. Blij met mijn nieuwe zonnebril met verdonkerde glazen, zodat ik stiekem de mooie metal-dames kan inspecteren. Het kan door het broeierige weer komen, maar de combinatie van een slank lichaam met mooie tatoeages en een goede muzieksmaak maakt me wild. Dit belooft nog wat voor vanavond.

Aan de kassa bedank ik stilletjes het lieve meisje van de Plato, als het kaartje dankzij de +1 op de gastenlijst onder het raampje door geschoven wordt. Tot nu toe zit alles mee vanavond, hopelijk spelen de bands in dit verlengde. Ik loop naar binnen, bestel een Coronaatje, en wacht geduldig op het begin van de show.

Heerlijke circle pit bij de eerste band, 36 Crazyfists. Een goed begin, ware het niet dat de zaal maar voor de helft gevuld is. Desondanks staan hier diehard fans, die weten hoe er gemoshed moet worden. Dat de muziek daar lang niet altijd even geschikt voor is deert ze niet. Afgezien van een paar strakke breakdowns is Crazyfists weinig boeiend. Vooral de vocals laten het vaak afweten. De stem is meer geschikt voor studio werk, dan voor een zaal. Overigens complimenten voor het drumwerk. Zelfs nu de drummer menig coffeeshop bezocht heeft tijdens zijn verblijf hier in de lage landen, aldus de zanger, zijn de ritmes netjes en snel uitgevoerd. Strakke double pedal moves op goed getimede momenten. Dankzij deze kunsten en het goede gitaarwerk is dit optreden een enigszins oké warm makertje voor het publiek. Niet slecht, maar ik verwacht toch wat beters, zeker op deze nu al perfecte voorzomeravond.

De zaal is gelukkig wat meer gevuld als de crew van Unearth loopt te soundchecken. Ze zouden er goed aan doen om wat muzikaler personeel aan de gitaren te laten zitten, want de test riedeltjes waren behoorlijk kut. Ook al heb ik niets betaald voor de entree, maar je verwacht goeie muziek. Ook tussen shows in. Maar nu loop ik te zeiken. Want fok de tyfus! Die show is goed! Met een geniale intro van Europe's The Final Countdown ramde deze gasten het publiek weg. Een muur van heftige metal wist je vanaf de eerste noot te boeien. De breakdowns waren simpelweg subliem. En de gasten waren gestoord. Waarom spelen op het podium als je ook de merch tafel kan gebruiken om het publiek te vermaken. Dat daarbij een paar biertjes sneuvelden maakt niets uit. Ook het feit dat iemand een groepje minderjarige emo's gebruikt als landing voor een magistrale stage dive is geniaal te noemen. Who cares dat je een paar botten, al dan niet van jezelf, breekt. Deze show is geweldig, en dat is aan alles te zien. Van deze mannen komt er een CD in mijn collectie. Heerlijk. Metal zoals metal bedoeld is. Opzwepend, hard en slopend.

Met trillende handen van opwinding na de afgelopen 45 minuten steek ik een sigaret aan. Dit zijn de momenten waar het om gaat. Een onbekende band zien spelen, en omver geblazen worden door de rauwheid en kracht van de muziek. Entertainment pur sang. Het enige nadeel dat hier aan kleeft, is dat Atreyu als headliner hier overheen moet zien te komen. Dat doet me denken aan de begindagen van AC/DC, waarbij de nagenoeg onbekende band als voorprogramma een hardere en betere show weggaf dan de hoofdact.

Mijn voorgevoelens werden helaas bevestigd. Ondanks mijn nog jonge jeugdsentiment voor de band, prikt mijn objectieve razende reporter blik door de show heen. Toegegeven, het begin was erg sterk met Bleeding Mascara, maar de clean vocals van de drummer waren echt waardeloos. Niet omdat hij zijn dag niet had, maar vanwege het feit dat de overdaad aan geluid van de instrumenten de vocals compleet overstemde. Ook de frontman had last om over het geluidsgeweld heen te komen. Her en der kwam het geluid er goed doorheen, maar het was te laat. Het beschuldigende vingertje kan naar de eigen meegebrachte geluidsman worden gericht, maar misschien meer naar de gebrekkige geluidsinstallaties van Atak. Ook bij 36 Crazyfists kwamen de clean vocals lang niet altijd goed naar voren, iets waar de beide bands het enigszins van moeten hebben.

Gelukkig was de show verre van verpest. De 3(!) meegebrachte base drums zorgden voor een aardbeving aan geluid. Niemand in de zaal kon ontsnappen aan het stompende ritme van de drummer. Geweldig. Uiteraard complementeerde het gitaarwerk de rest van de band, en dat weten de gitaristen maar al te goed. Staand op een speaker produceren ze lekkere solo’s waardoor er een glimlach op mijn gezicht verschijnt. ‘All is not lost’, denk ik, als ik de laatste slok van het Duveltje achterover tik. Toch bekruipen gemengde gevoelens mij als ik door de klapdeuren de zaal verlaat. Het ingestudeerde met de hals zwaaien van de gitaren als ze naast elkaar staan vind ik behoorlijk gay. Ook het ellenlange gelul van zowel drummer als zanger over het verkeerd uitspreken van laatstgenoemde achternaam gaat helemaal nergens over. Maak gewoon goede muziek, en houdt je bakkes.

Al met al was het Unearth die de meeste indruk op me achterlaat. 36CF maakt me niet warm of koud, maar de fans genoten er wel van, en daar draait het uiteindelijk om. Atreyu was jammer, mijn hoge verwachtingen konden ze niet waarmaken. Al kan ik ze nu wel van het lijstje schrappen van bands die ik moet zien. Het jeugdsentiment zet zich voort bij het draaien van de CD’s. Live hoeft het voor mij niet meer.

En hoe het is afgelopen met de knappe metal-dames?

Dat, mijn lieve lezers, is een verhaal voor later..

maandag 14 juni 2010

[Review Show] Kudra Mata & Lamb of God, 10 juni in Metropool, Hengelo

De Metropool is goed bezig. Met namen als Ignite, Anthrax en natuurlijk Lamb of God zet de Hengelose rocktempel zichzelf goed op de kaart. Sinds de opening van dit 2e riante podium in de Twentse regio was het dan ook een kwestie van tijd voordat de grote namen in de scene het oosten van Nederland aan zouden doen. Donderdagavond was de beurt aan Lamb of God, met Kudra Mata als voorprogramma.

Kudra Mata is natuurlijk bekend van het legendarische optreden in Zwolle, ten tijde van het bevrijdingsfestival 2007. De bezetting is sindsdien aangepast want de huidige drummer Tim Kuper heeft de plek ingenomen van Mart, en dat heeft goed uitgepakt. Met alle respect voor de drumkwaliteiten van Mart natuurlijk, hij heeft toch zijn stempel op de unieke sound van Kudra Mata gedrukt. Maar met de huidige leden merk je dat de band een stuk volwassener is geworden. De shows klinken strakker dan voorheen, en met de nieuwe nummers is het duidelijk dat deze kerels klaar zijn voor de volgende stap. Het wachten is op de nieuwe EP, en met deze show zijn ze hopelijk verzekerd van een breder publiek.

Maar op deze warme voorzomer-avond was de stage natuurlijk voor de mannen van Lamb of God, de zogeheten Amerikaanse 'pure-metal' band uit Richmond, Virginia. Kenmerk van deze bebaarde mannen is het strakke, technische gitaarwerk en gevatte teksten, en de eindeloze, energieke tournees over onze aardbol. 5 jaar nadat de band tekende bij het label Epic Records zijn ze er nog steeds, een gegeven dat in deze industrie noemenswaardig genoemd mag worden. En met de komst van het laatste album 'Wrath' is 15 jaar ervaring verwerkt tot misschien wel de meest energieke CD van de 5-koppige band. Kudra Mata heeft als voorprogramma veel overeenkomsten met Lamb of God en is bij deze band van formaat de enige juiste keuze. De metal-liefhebbers uit het hele land verwachte met deze line-up moddervette gitaarriffs, dreunende baspartijen, ruige vocals en zwetende dikke mannen in de pit. En zelfs dat laatste was ruimschoots aanwezig.

Het begon goed toen Kudra Mata het podium betrad. De zaal was al flink vol met de Lamb of God aanhangers uit het hele land, en er waren ook veel bekende gezichten uit het oosten te zien. Sowieso heeft Kudra Mata een vaste aanhang hier in de regio, en dat lijkt zich per show uit te breiden. De sfeer kwam er vanaf het 2e nummer goed in, toen ook de mensen die onbekend waren met de band zagen met hoeveel energie de mannen hun instrumenten bespeelden. Dat werkte aanstekelijk, want al snel gingen de vuisten van het publiek te lucht in. Kudra Mata speelden als vanouds. Energiek, strak en retesnel. En met de enkele nieuwe nummers die ze ten gehore brachten is het duidelijk dat Kudra Mata meer wil, en zeker ook kan.

Nadat de zaal lekker warm gespeeld was, brak het moment van de waarheid aan. Na een snel sigaretje en een nieuw, vers getapt biertje kwam het doek waarvoor de vorige band had gespeeld naar beneden. Het vertoonde een muur van versterkers met in het midden een uitsparing voor het drumstel van de heerschende Chris Adler. Na de gebruikelijke 'it's great to be here' begonnen de mannen aan datgene waar ze goed in zijn: snoeiharde metal maken. En hoe. De loopjes in het gitaarwerk waren niet met het blote oog bij te houden, en het oogde moeiteloos. Wat een helden. En Adler is niet voor niets geroemd om zijn drumwerk. Zijn ritmes waren overduidelijk de ruggengraat van het optreden en de fill'ins waren perfect. Ook de onuitputtelijke vaart van de show in het algemeen was noemenswaardig te noemen. Dik een uur lang ramden de band de strakste metal door de, overigens ontzettend goede, geluidsinstallatie van de Metropool. Zelfs na jaren lang getoured te hebben, bleken de leden nog steeds over het uithoudingsvermogen van een marathonloper te beschikken. Respect. En natuurlijk mag de zang niet vergeten worden. Met zijn unieke throat zorgde Randy voor het laatste radartje in het geheel. En dit complete uurwerk tikte 130 keer per minuut. \\m//